Het doel van de behandeling
De behandeling op de kinderrevalidatie is vooral gericht op het verbeteren van de alledaagse vaardigheden van het kind. We verbeteren de zelfredzaamheid en het vergroten het zelfvertrouwen en gevoel van welbevinden. Het helpt het kind om zoveel mogelijk deel te nemen aan gewenste activiteiten thuis, op school en in de buurt.
Behandelmethode
We oefenen gericht verschillende vaardigheden die nodig zijn om zelfstandig te kunnen functioneren. Dit kan varieren van zichzelf aan- en uitkleden, leren fietsen, klimmen en klauteren, maar ook bijvoorbeeld schrijftraining of het verbeteren van het spreken en vertellen.
Wie behandelt mijn kind?
Op de kinderrevalidatie werken de revalidatiearts en verschillende behandelaars. Wie doet wat?

- De maatschappelijk werker heeft voorafgaand aan de start van de behandeling een intakegesprek met de ouders om samen met hen in kaart te brengen wat hun verwachtingen en hulpvragen zijn ten aanzien van de behandeling. Zo nodig begeleidt zij ouders bij vragen m.b.t. verwerking, opvoeding, onderwijs.
- De revalidatiearts stelt de indicatie voor de revalidatiebehandeling en coördineert vervolgens de behandeling.
- De fysiotherapeut onderzoekt spelenderwijs de motoriek en oefent de grofmotorische vaardigheden, zoals lopen, rennen, hinkelen, balvangen, klimmen en klauteren.
- De ergotherapeut oefent de fijne motoriek. Dit is de handfunctie, bij activiteiten zoals knippen, prikken, plakken, tekenen en schrijven. En als het nodig is zorgt de ergotherapeut voor de aanvraag van hulpmiddelen en voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een rolstoel of aanpassingen in de woning.
- De logopedist inventariseert en behandelt problemen op het gebied van eten en drinken, de mondmotoriek, en de spraak- en taalontwikkeling.
- De psycholoog test zonodig het ontwikkelingsniveau van het kind en/of observeert en adviseert m.b.t. het sociaal-emotioneel functioneren.
Het is afhankelijk van de problematiek welke van de bovengenoemde disciplines bij de behandeling betrokken worden.
Observatieperiode
Tijdens de observatieperiode wordt het functioneren van het kind op (zonodig) alle ontwikkelingsgebieden in kaart gebracht. De duur van de observatieperiode is per kind verschillend. Gemiddeld is deze ongeveer 8 weken. Hierna volgt een gesprek met de ouders, waarin de revalidatiearts en de behandelaars uitleg geven over de bevindingen van de observatieperiode. Zonodig geven zij een advies voor verdere behandeling door het kinderteam.