Stoppen met roken. Voor de één lukt het na een paar pogingen, voor de ander lijkt het bijna onmogelijk. Verpleegkundig specialist Linda Brandjes begeleidt in het Zaans Medisch Centrum (ZMC) mensen die willen stoppen. “Je kijkt samen naar wat iemand nodig heeft en vooral: waarom iemand wil stoppen.”
Linda werkt al zeven jaar op de polikliniek Longziekten. Ze is gespecialiseerd in chronische longziekten zoals astma en COPD. Tijdens haar consulten bespreekt ze ook regelmatig leefstijl. Stoppen met roken komt dan ook ter sprake.
“We geven op de poli advies over stoppen met roken en kijken welke begeleiding bij iemand past. We kunnen bijvoorbeeld verwijzen naar SineFuma voor groepsbegeleiding of online en telefonische coaching. Sommige patiënten hebben meer behoefte aan persoonlijk contact. Dan kunnen ze bij mij terecht.”
Dat persoonlijke contact vindt Linda belangrijk. Want achter roken zit vaak veel meer dan alleen een gewoonte.
“Mensen zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik rook al zo lang, mij lukt het toch niet meer’ of ‘Iedereen om mij heen rookt’. Ook schaamte speelt vaak mee. Mensen vinden dat ze zelf moeten kunnen stoppen, omdat ze er zelf mee zijn begonnen. Ze voelen zich dan ook schuldig en daardoor vragen ze soms minder snel om hulp.”
Juist dat wil Linda doorbreken. “Roken is een verslaving. Als zorgprofessional kijken we daar ook zo naar. Het is dus helemaal niet vreemd als je begeleiding of een behandelplan nodig hebt om te stoppen.”
Dat stoppen lastig is, heeft ook een lichamelijke oorzaak. Veel mensen beginnen al jong met roken. Het brein raakt daardoor gewend aan nicotine. “Je beloningssysteem ontwikkelt zich als het ware met nicotine erbij. Je lichaam en je hersenen blijven daar vervolgens om vragen. Het is dus echt niet alleen een kwestie van wilskracht.”
Een begeleidingstraject bij Linda duurt gemiddeld drie maanden. Het begint met een uitgebreide intake.
“We kijken waarom iemand rookt, op welke momenten dat gebeurt en wat iemand al eerder heeft geprobeerd. Ook bespreken we welke situaties moeilijk zijn. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je normaal gesproken na het eten een sigaret opsteekt? En wat zou je op dat moment in plaats daarvan kunnen doen?”
Daarbij gebruikt Linda onder andere het Stopplan van het Trimbos-instituut. Hiermee brengen patiënten hun motivatie en moeilijke momenten in kaart.“
De gesprekken zijn vaak heel leuk. Je komt echt tot de kern van wat iemand belangrijk vindt. En er wordt ook veel gelachen. Stoppen met roken is een serieus onderwerp, maar de gesprekken hoeven helemaal niet zwaar te zijn.”
Ook hulpmiddelen kunnen helpen bij het stoppen. Denk aan nicotinepleisters, kauwgom of zuigtabletten. Daarnaast bestaan er medicijnen die afkickverschijnselen kunnen verminderen.
“We kijken samen wat bij iemand past en wat iemand in het verleden al heeft gebruikt. Er is niet één oplossing die voor iedereen werkt.”
Linda’s medische achtergrond helpt daarbij. Als verpleegkundig specialist kent ze de aandoening van een patiënt en weet ze welke gevolgen roken kan hebben. Tegelijkertijd kijkt ze verder dan de ziekte alleen.
“Je probeert een persoonlijk plan te maken. Daarbij hebben we het bijvoorbeeld ook over schuldgevoel of schaamte. Met motiverende gespreksvoering help je mensen om zelf te ontdekken waarom ze iets willen veranderen en wat hen daarbij kan helpen.”
Wie wil stoppen, hoeft van Linda niet meteen te denken aan een leven lang zonder sigaret.
“Mijn eerste tip is juist: neem je niet voor dat je nóóit meer gaat roken. Sta ’s morgens op en zeg tegen jezelf: vandaag rook ik niet. Vervolgens kijk je: wat heb ik vandaag nodig om dat vol te houden?”
Door het klein te maken, wordt stoppen beter vol te houden. Ook helpt het om een andere gewoonte tegenover het roken te zetten. “Ga bijvoorbeeld een stukje wandelen of drink op zo’n moment een glas water. Zoek iets wat voor jou werkt.”
En gaat het een keer mis? Dan betekent dat niet dat de stoppoging is mislukt. Veel mensen hebben meerdere pogingen nodig voordat het lukt.
“We zien vaak alleen iemand bij wie het uiteindelijk gelukt is. Maar meestal zijn daar eerdere stoppogingen en momenten van terugval aan voorafgegaan.”
Een patiënt die Linda is bijgebleven, is een man met ernstige COPD. Hij was na een periode zonder sigaretten opnieuw begonnen met roken.
“Hij schaamde zich daar enorm voor. Hij vertelde dat hij onze afspraak bijna had afgezegd. Ik zei juist dat ik heel blij was dat hij toch was gekomen.”
Samen gingen ze opnieuw aan de slag. De man bouwde het roken steeds verder af. “Op een gegeven moment zei ik tegen hem dat ik trots op hem was. Hij was toen nog niet helemaal gestopt.”
Die woorden bleken veel met hem te doen. Uiteindelijk stopte hij helemaal. “Later zei hij tegen mij: ‘Ik ben eigenlijk nooit trots geweest op mezelf.’ Dat raakte me. Je weet vooraf nooit wat iemand dat laatste zetje geeft.”
Voor veel mensen is stoppen met roken zelden het uiteindelijke doel. Het gaat om wat iemand daardoor weer kan doen.
“Misschien wil iemand weer met zijn kleinkinderen kunnen spelen. Of zonder buiten adem te raken een stuk kunnen lopen. Dáár zit vaak de echte motivatie.”
Aan mensen die al verschillende stoppogingen achter de rug hebben, geeft ze daarom één boodschap mee: geef jezelf opnieuw een kans.
“Ik zeg vaak: je hebt het al een aantal keer op jouw manier geprobeerd. Sta er eens voor open om het samen op een andere manier te proberen. Alles wat je van eerdere pogingen hebt geleerd, nemen we mee. Je begint dus nooit helemaal opnieuw.”
Ook zet Linda zich in voor preventie. Zo geeft ze soms gastlessen op scholen, onder andere over vapen. “Als je op je veertiende begint met roken of vapen, doe je dat niet met het idee dat je de rest van je leven verslaafd blijft. Op die leeftijd overzie je die gevolgen nog niet. Daarom is het zo belangrijk om er vroeg over te praten.”