Home > Behandelingen > Carpaal tunnelsyndroom, behandeling

Carpaal tunnelsyndroom, behandeling

De behandeling in het kort:

  • Duur ingreep: 15 minuten
  • Ingreep op de poliklinische OK
  • Op 1 dag consult en onderzoek
  • Herstel: enkele dagen

Aantal behandelingen of onderzoeken volgens de wettelijke norm.
Afspraak maken
075 650 12 15 via het Klantcontactcentrum
Toegangstijden
23 werkdagen
Openingstijden poli
op werkdagen van 08.00 - 17.00 uur
Polikliniek
075 650 12 15 via het Klantcontactcentrum
Route Zuid 0.13

Wat is een carpaal tunnelsyndroom?

Een carpaal tunnelsyndroom (CTS) ontstaat doordat een zenuw in de pols bekneld raakt. Dit is de middelste handzenuw (nervus medianus). Deze zenuw loopt vanuit de onderarm door een smalle doorgang in de pols naar de hand. Deze doorgang heet de carpale tunnel. De carpale tunnel bestaat uit de handwortelbeentjes en een stevige band aan de binnenkant van de pols. Door deze tunnel lopen niet alleen de zenuw, maar ook de buigpezen van de vingers.

Klachten
U heeft last van tintelingen, een prikkelend gevoel of een doof gevoel in uw vingers, hand of handpalm. Misschien heeft u een carpaal tunnelsyndroom. Daarbij zit de middelste zenuw in uw pols bekneld. De pijn kan uitstralen naar uw onderarm, elleboog of schouder. Het kan ook voelen alsof uw hand dik of opgezwollen is. Soms heeft u minder kracht in uw hand. Daardoor kunt u zomaar iets uit uw hand laten vallen. De klachten ontstaan vaak 's nachts. U kunt ze aan één hand hebben of aan beide handen tegelijk.


Diagnose

Op de CTS-polikliniek van het Zaans Medisch Centrum heeft u een gesprek met onze neuroloog. Deze luistert naar uw klachten en onderzoekt uw hand, pols en arm.

Daarna gaat u naar de afdeling Klinische Neurofysiologie. Daar kijkt onze laborant of de zenuw in uw pols inderdaad in de knel zit. Dat gebeurt met van een zenuwgeleidingsonderzoek (EMG).

Na het EMG gaat u terug naar de polikliniek en bespreekt de neuroloog met u de bevindingen en mogelijke behandelingen. 

Dit filmpje is opgenomen in ons oude ziekenhuis. In 2017 zijn we verhuisd naar een prachtig nieuw gebouw.

Wij beslissen graag samen met u. De 3 goede vragen aan uw dokter kunnen u hierbij helpen.


Behandeling

De keuze hangt af van de ernst van uw klachten en van de uitslag van het onderzoek.

Lichte klachten
Bij lichte klachten verdwijnen de klachten vaak vanzelf. Meestal is een behandeling dan niet nodig. Soms helpt een kunststof spalk. Deze geeft uw pols rust en kan de klachten verminderen.

Injectie
Een injectie met een bijnierschorshormoon (cortison) en een verdovingsmiddel kan de klachten tijdelijk verminderen. De klachten kunnen later wel terugkomen.

Operatie
Heeft u ernstige klachten of blijven de klachten terugkomen? Dan is een operatie meestal de beste behandeling. De kans is dan het grootst dat uw klachten definitief verdwijnen. Wacht u op een operatie? Dan kan een spalk uw klachten tijdelijk verminderen.


Operatie

Een operatie is de meest effectieve behandeling van een carpaal tunnelsyndroom. De operatie gebeurt bijna altijd onder plaatselijke verdoving en duurt ongeveer 15 minuten.

Tijdens de operatie:

  • De huid aan de handpalmzijde van uw pols wordt schoongemaakt en met één of twee prikken verdoofd.

  • U krijgt een strakke band om uw bovenarm. Hierdoor komt er geen bloed in het operatiegebied en kan de chirurg goed werken.

  • De chirurg maakt een snee van een paar centimeter in uw handpalm.

  • Daarna snijdt de chirurg het dwarse polsbandje door. Dit is een stevige bindweefsellaag tussen de duimmuis en de pinkmuis. Hierdoor krijgt de zenuw weer voldoende ruimte en verdwijnt de druk op de zenuw.

  • De wond wordt gesloten met een paar hechtingen.

  • Daarna krijgt u een drukverband om uw hand en pols. De band om uw bovenarm wordt verwijderd.

  • Tot slot krijgt u een draagdoek (mitella). Deze helpt om zwelling te voorkomen.

U hoeft meestal niet te stoppen met bloedverdunners, tenzij uw arts dit vooraf met u heeft afgesproken.

Het is verstandig om één uur vóór de operatie 1000 milligram paracetamol in te nemen. Dit helpt om napijn te verminderen.


Naar huis

U kunt direct na de ingreep naar huis.


Nazorg

  • Na een paar uur is de verdoving uitgewerkt. Heeft u pijn? Dan kunt u paracetamol gebruiken, eventueel samen met codeïne.

  • Na de operatie is het belangrijk dat u deze adviezen opvolgt:

  • Verwijder het drukverband één dag na de operatie. Plak daarna een kleine pleister op de wond.

  • Draag de mitella één dag. Vindt u het prettig, dan mag u deze ook een paar dagen langer gebruiken.

  • Beweeg uw vingers zo veel mogelijk.

  • Houd de wond droog zolang de hechtingen nog aanwezig zijn. Wees daarom voorzichtig met douchen.

  • Gebruik uw hand na een paar dagen steeds meer. U hoeft niet bang te zijn dat u iets beschadigt.

  • De hechtingen worden na 10 tot 12 dagen verwijderd tijdens de controle op de polikliniek. Daarna kunt u meestal weer gaan werken.

  • De huid rond het litteken kan nog enkele weken of maanden hard of gevoelig zijn. Dat is normaal en gaat vanzelf over.

  • Smeer elke dag een beetje vaseline op het litteken. Zo blijft de huid soepel.

 

Moeten beide handen geopereerd worden? Laat dan eerst één hand opereren. Wacht daarna minimaal zes weken voordat de andere hand wordt geopereerd. Zo kunt u één hand blijven gebruiken tijdens uw herstel.

 

Behandelteam

Nieuws & Actualiteiten

Bezoekadres

Koningin Julianaplein 58
1502 DV Zaandam

Bezoektijden

16.00 - 19.30 uur (gehele week)
11.00 - 12.00 uur (alleen weekend)

© 2026 Zaans Medisch Centrum  - alle rechten voorbehouden | Privacy statement | Cookie verklaring | Responsible disclosure |